VorigeSluitenVolgende
Publicatie niet bschikbaar Documentatie niet bschikbaar

De Oude Toren Oostelbeers

Plan voor een nevenschikkend multifunctioneel gebouwtje als ‘groene glooiing tegen een gemetselde muur’ dat het eenzame beeld van rijksmonument de oude toren te Oostelbeers bevestigt.


Opdrachtgever: gemeente Oirschot

Opdracht: 2014
Realisatie: 2016
Bruto oppervlakte: 100 m2

De Oude Toren Oostelbeers

Sinds ‘s mensenheugenis staat de ‘auw torre’, zoals ze in de streek wordt genoemd, moederziel alleen te midden van de bolle akkers. De toren stond tegen de toenmalige kerk in het hart van Oostelbeers, maar het dorp is al lang geleden verplaatst, de kerk ingestort en afgebroken. Het gilde Sint Joris heeft aan de voet van de toren ruim drie decennia haar schutbomen staan, waarbij een tijdelijke keet hun onderkomen vormt.

Vanuit de gemeenschap is behoefte aan de ontwikkeling van dit cultuurhistorische gebied omdat een duurzame invulling het behoud van de monumentale toren garandeert en de belevingswaarde van het omliggende gebied versterkt. In deze lijn is behoefte aan een nieuw onderkomen voor het gilde dat voldoet aan de huidige eisen maar vanwege een multifunctioneel karakter ook kan worden gebruikt door andere lokale verenigingen.

In opdracht van gemeente Oirschot is na een intensief traject met alle betrokkenen, waaronder de provincie Noord-Brabant, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Monumentencommissie een ontwikkelingsvisie opgesteld. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant heeft aansluitend een cultuurhistorische analyse uitgevoerd van het gebied rond de Oude Toren waarmee een genuanceerd licht is geworpen op de bouwmogelijkheden bij rijksmonument de Oude Toren en aansluitend een architectenselectie kon worden opgestart die uiteindelijk door architecten|en|en gewonnen is.


De eenzame toren

De toren wordt in het ontwerp zoveel mogelijk gehandhaafd in zijn huidige rudimentaire vorm. Te conserveren in zijn eenzame positie in het landschap, maar ook te conserveren met sobere voorzieningen en basale inrichting waarbij fauna belangrijk gehuisvest blijft. Niet om budgettaire redenen, maar omdat haar kracht en betekenis in deze primaire, archaïsche vorm de mooiste context is voor het nieuwe programma. Alle ingrepen die worden voorgesteld zijn dan ook een bevestiging van het archaïsche beeld. In de toren wordt de mogelijkheid van een bescheiden, maar kwalitatief hoogwaardige expo voorgesteld. Een expositieruimte waar speciaal voor deze ruimte kunstwerken worden gemaakt...één maal per jaar en één kunststuk per verdieping.

Thema voor de plaats van de voormalige kerkzaal is ‘verstillen’ door in haar voormalige contour een onderscheidende vegetatie aan te planten. Gedacht wordt aan een vlak met rode klaver. Een aanvullend idee voor deze plek is de buitenkerk. Het op momenten plaatsen van buitenbanken -als in een kerk- mogelijk maken. Deze opstelling kan activiteiten als openluchttheater, openluchtmis en poëziefestivals ondersteunen.

 

De Hille
Voor de toren ligt een grasvlakte waar het Gilde hun schutsbomen heeft staan. Deze leegte vormt de ideale plek om een multifunctioneel gebouwtje aan te situeren. Vanaf de omgeving gezien toont het gebouw zich als een groene heuvel. Een heuvel waaruit een muurfragment steekt. “Toen we erachter kwamen dat nabijgelegen Hillestraat ook een toponiem is -Hille betekend Heuvel- zijn we het multifunctionele gebouw vanwege de gekozen verschijningsvorm ‘de Hille’ gaan noemen”.

De Hille omvat een grote huiskamer die in de volledige breedte voorzien wordt van een grote glazen pui die gericht is op het schuttersveld en die geheel geopend kan worden. De verschillende bijeenkomsten die bij gaan plaatsvinden worden zoals vroeger gecommuniceerd met vlaggen en vaandels. Deze communiceren activiteit als er iets te doen is en verdwijnen als er niets te doen is. De Hille kan ook als een passieve onbemande rustplaats worden gebruikt waar je kan schuilen of even kan genieten van het panorama over de bolakkers. Als de rolpoort gesloten is komt namelijk een schuilplek tevoorschijn; een zitje dat op een middeleeuwse manier met metselwerk in de muur verwerkt is.

 

Klaar voor de hedendaagse Maarten van Rossums
Rond 1543 voerde Maarten van Rossum zijn troepen op plunder- en moordtocht door Brabant, waarbij hij vervolgens een groot deel van het platteland platbrandde. Ook Oostelbeers zou volgens de volksverhalen door van Rossum verwoest zijn (en daarom ook verderop herbouwd). Als bescherming tegen hedendaagse ongewenste bezoekers, die op plundertocht zijn of hun lucifers willen gebruiken dient straks de grote rolpoort. Een fragment uit het gedicht ‘de wandelaar’ van Martinus Nijhoff zal de poort gaan sieren:

Toeschouwer ben ik uit een hoogen toren,

Een ruimte scheidt mij van de wereld af,

Die ‘k kleiner zie en als van heel ver-af,

En die ik niet aanraken kan en hooren.


Contact Route Voorwaarden Vaai