VorigeSluitenVolgende
Publicatie Documentatie

Stadhuis - Eindhoven

Restauratie en herindeling Stadhuis laagbouw

Opdrachtgever: Gemeente Eindhoven
Interieurarchitect: Buro Staal/Christensen
Opdracht: December 1992
Oplevering: November 2001
Bouwkosten: € 5.000.000,- excl. BTW

Stadhuis - Eindhoven

Het Stadhuis Eindhoven is in de jaren zestig gebouwd naar een ontwerp van het architectenbureau Van der Laan, Hermans, van der Eerden, Kirch. In hoofdzaak omvat het totaal twee gelijke bouwvolumen, een toren en een laagbouw, die qua dimensies verschillen, maar in volume gelijk zijn; iets wat toevallig lijkt, maar dit in het geheel niet is. Deze orde in vorm en dimensies is kenmerkend voor de architectuurbenadering van Van der Laan en geestverwanten van de Delftse School; strenge ritmen en klassieke verhoudingen vormden het gereedschap waarmee deze architecten dit gebouw formeel in elkaar zetten.

Een grondige wijziging van het gebouw werd door een aantal zaken ondanks de hiervoor beschreven kwaliteit noodzakelijk:
- De verhuizing van een groot aantal publieke functies naar het stadskantoor en het streekarchief naar een eigen onderkomen, vroeg om een andere programmering
- De algehele veroudering van het gebouw, met name installatief en bouwtechnisch, maakte een structurele renovatie noodzakelijk. De moderne eisen met betrekking tot bouwfysische, klimaattechnische en infrastructurele zaken vragen een algehele upgrading van het gebouw.
- De algehele sfeer in het gebouw was ondanks de kwaliteiten zeer gedateerd te noemen; metend met de huidige maten is het in het gebouw te donker en te gesloten, kortom weinig representatief.

Respect voor het bestaande was het uitgangspunt voor het ontwerp van de verbouwing ; het zien van een traditioneel modern gebouw als Eindhovens monument uit de zestiger jaren, waarbij functies en bestemming opnieuw konden worden aangegeven. Respect ook voor de sculpturale opbouw, zodat alle specifieke en beeldbepalende gebouwdelen hun plaats hebben behouden en als een totaal zijn geprogrammeerd.

De meest ingrijpende wijziging bij het verbouwingsplan
betreft dan ook het doorbreken en openmaken van het dak –het glasdak dat overigens al in de oorspronkelijke ontwerpfase is overwogen– en van het kelderdek, waardoor het daglicht doordringt tot in de kelderruimte.
Niet zozeer de verandering van vorm en materiaalgebruik was uitgangspunt voor het ontwerp, meer het maximaal handhaven van de sculptuurconstructie en deze letterlijk “in een ander daglicht te plaatsen”, of “hetzelfde anders belicht”. De aanwezige kunstwerken zijn hierin optimaal gerespecteerd, het bladerdak van A. Volten is uitgangspunt voor de constructie van het lichtdak boven de hal.

Als basismaterialen worden glas, natuursteen en baksteen aangewend in
een zorgvuldige, haast abstracte detaillering. De wijze van detailleren maakt dat onderdelen zoals vloeren en plafonds ogenschijnlijk van binnen naar buiten doorlopen, waardoor privé en openbaar op een subtiele manier met elkaar worden verweven.

De toepassing van kunst
was beeldbepalend in de architectuur van
het stadhuis . Kunst komt in verschillende gedaanten in het gebouw voor. Het autonome beeld van Arthur Spronken op de voorgevel bijvoorbeeld wordt ingezet als beeldmerk van het gebouw naar buiten toe. Het bladerdak
van André Volten daarentegen, is een volledig geïntegreerde vorm van toegepaste kunst, evenals het reliëf van Ad Dekkers boven in de
ingang van de raadzaal. In het nieuwe ontwerp is dit gehandhaaft
gebleven en zo mogelijk versterkt door nieuwe toevoegingen van Matti Christensen (glasprints) en Peter Struycken (lichtplan t.b.v. het aanlichten van het bladerdak).

Contact Route Voorwaarden Vaai